wie leest, leeft zelf niet
al die mensen die verhalen lezen
waar andere mensen de afloop
al van weten, al die beestjes
die je ziet als je de bril opzet
je eigen bril, van jou
alleen, met op de kast een vaste
plaats, in de tweekamerwoning
die best een eenkamerwoning
had mogen zijn, nauwer om
het lichaam ook, al die muren en beestjes
al die mensen en kandidaten, je hoort
ze nog praten, en praten, ‘zullen we daar
de koelkast zetten?’, maar jouw
koelkast is anders, die laat zich
niet wegdenken door de wasmachine
van een ander, je bent de laatste mens,
het hoogtepunt van generaties lezers,
bezoekers van bieb en piep
piepboeken zijn vies, jij
gaat de Avonden nooit meer ruilen
wie leest, leeft zelf niet