'Starkenburg heeft het vermogen om een overkoepelende dialoog tussen afzonderlijke gedichten aan te brengen. Deze dialoog ondersteunt tezelfdertijd het centrale idee van de bundel (het ik tegenover de ander, de keer tegenover de tegenkeer) Een tweede motief dat hiermee ook in verband staat, is dat van het 'keerpunt' Een groot aantal gedichten bevinden zich in een verstild moment tussen twee bewegingen door en lijken na te denken over iets als een 'tussenpositie' Dat midden, die plek waar de twee polen het dichtst bij elkaar kunnen komen, komt in Gekraakt klooster soms metaforisch of theoretisch tot uitdrukking, maar krijgt toch vooral een praktische invulling"........" Met de nodige ironische distantie biedt Gekraakt klooster de lezer een provisorisch onderdak op zijn tocht door de onoverbrugbare kloof naar de ander" .
Cin Windey in de Poëziekrant
"Hoewel dit in essentie ernstige en bedrukte poëzie is, proef je soms een zweempje ironie'........"Wat blijft hangen is die sfeer van een benauwde hier en daar regelrecht claustrofobische wereld. 'Wie leest leeft zelf niet", schrijft ze ergens en dat is geloof ik de tegenstrijdige opdracht in deze gedichten: hoe te leven in het klooster."
Rob Schouten in Vrij Nederland
"Scherpzinnig, en nurks op een grappige manier"
Vrouwkje Tuinman in La vie en Rose