© 2008 foto: Paul Fleming

besprekingen

De pers over 'Gekraakt Klooster'

'Starkenburg heeft het vermogen om een overkoepelende dialoog tussen afzonderlijke gedichten aan te brengen. Deze dialoog ondersteunt tezelfdertijd het centrale idee van de bundel (het ik tegenover de ander, de keer tegenover de tegenkeer) Een tweede motief dat hiermee ook in verband staat, is dat van het 'keerpunt' Een groot aantal gedichten bevinden zich in een verstild moment tussen twee bewegingen door en lijken na te denken over iets als een 'tussenpositie' Dat midden, die plek waar de twee polen het dichtst bij elkaar kunnen komen, komt in Gekraakt klooster soms metaforisch of theoretisch tot uitdrukking, maar krijgt toch vooral een praktische invulling"........" Met de nodige ironische distantie biedt Gekraakt klooster de lezer een provisorisch onderdak op zijn tocht door de onoverbrugbare kloof naar de ander" .

Cin Windey in de Poëziekrant

 

"Hoewel dit in essentie ernstige en bedrukte poëzie is, proef je soms een zweempje ironie'........"Wat blijft hangen is die sfeer van een benauwde hier en daar regelrecht claustrofobische wereld. 'Wie leest leeft zelf niet", schrijft ze ergens en dat is geloof ik de tegenstrijdige opdracht in deze gedichten: hoe te leven in het klooster."

Rob Schouten in Vrij Nederland  

 

"Scherpzinnig, en nurks op een grappige manier"

Vrouwkje Tuinman in La vie en Rose  

Eenzame uitvaart nummer 68, 21 september 2006. 
Voorgelezen gedicht: BIJNA NIET MEER 
Kijk op eenzameuitvaart.web-log voor het verslag.

Eenzame uitvaart nr 63. 14 juli 2006.
Voorgelezen gedicht:HAMELEN. Kijk voor een uitgebreid verslag op eenzameuitvaart.web-log.nl of de weblog van F.Starik.

Een verslag van Ilse's debuut als uitvaartdichteres op 5 oktober 2005, door F.Starik.

 

Remco Ekkers' bespreking van ' In plaats van alleen', uit: De Leeuwarder Courant, 2003

 

Remco Ekkers 'Verhaaltje'. Over Poezie, uit: Het Nieuwsblad van het Noorden, 1996

 

Uit het juryrapport van het Charlotte Köhler Stipendium, 1996

 

“Starkenburgs gedichten zijn doordrongen van de waarde van droom fantasie en magie. Niet de werkelijkheid zoals die zich objectief toont staat in haar poezie centraal, maar de kans om die zin te geven. Zij heeft daarvoor een taalgebruik gekozen dat zich tussen zwijgen en spreken afspeelt. Niet met de bedoeling kaal of koud te schrijven, maar om in de marges van wat zich nauwelijks laat uitdrukken, de mysterieuze tussenmomenten, tóch veelzeggend te zijn.”