|
een poëziebloemlezing uit ilse's boekenkast |
|
Wie kwaad doet aan de boom vindt in mij een vertoornde.
Het opperste van boosheid.
Wie aan de taal komt komt aan de mens.
Jan Arends |
|
Ook vanavond
Voller omdat de sneeuw ook op deze zondoorzwommen zee viel bloeit het ijs in de korven die jij naar de zee draagt
Zand verlang je ervoor, want de laatste roos thuis wil ook vanavond gespijsd zijn uit zacht ruisend uur.
Paul Celan
vertaling uit het Duits: Ilse Starkenburg

|
|
O Rose, thou art sick. The invisible worm, That flies in the night In the howling storm,
Has found out thy bed Of crimson joy; And his dark secret love Does thy life destroy.
William Blake

|
|
Een man is een hel voor een andere man
Zoals hij schreeuwt geef eten geef eten geef eten
en strijk met je grote hand dit hoofd weer uit zijn rimpels
Jo Govaerts

|
|
To make a prairie it takes a clover and one bee One clover, and a bee, And revery. The revery alone will do, If bees are few.
Emily Dickinson

|
|
Moment Musical
Wat is een gastvrouw een wondermooi ding van ver bijna een hoofd dat zoetjes ronddraait in een kraag het kopje grijze thee vaart naar de overkant twee lepels flirten-zo plesant in de schemer.
Wilfred Smid

|
|
Fairy Story
I went to the wood one day And there I walked and lost my way
When it was so dark I could not see A little creature came to me
He said if I would sing a song The time would not be very long
But first I must let him hold my hand tight Or else the wood would give me a fright
I sang a song, he let me go But now I am home again there is nobody I know.
Stevie Smith

|
|
DIS AL
Dis die blond dis die blou: dis die veld dis die lug; en ' voël draai bowe in éénsame vlug- dis al
Dis 'n balling gekom oor die oceaan, dis 'n graf in die gras dis 'n vallende traan- dis al.
JFE Celliers

|
|
Gedachten
Tien jaar geleden als ik ging zitten, zwijgend en met onbeweeglijk gezicht, vroegen ze: Is dat kind ziek?
Vijf jaar geleden als ik ging zitten, zwijgend en met onbeweeglijk gezicht, zeiden ze: Kijk haar eens wegdromen in haar boek
Vandaag de dag als ik ga zitten, zwijgend en met onbeweeglijk gezicht, vragen ze: Heeft dat meisje liefdesverdriet?
T' ung Chung Chin (Uit: honderdvijftig dichteressen voor Amnesty International )

|
|
Rozenregen
Het regent en de oudste rozen geven mee. Het lijkt een val van porcelein, dat niet kan klinken,
en in het algemeen contact blijft zinken,
soms opgevangen aan de rand der spleet in 't lager loof.
Maar de gevallen blaadjes blijven drinken, 't was ook zo heet.
Pierre Kemp

|
|