rottweiler

iedereen in de buurt is bang voor hem
bezoekers durven zich niet te verroeren
voor ons is hij lief

we geven elkaar handje, pootje,
grommend, blaffend, naar het raam
zolang er buiten nog vijanden zijn
ze zijn steeds minder zichtbaar

steeds vaker verwarren we de taal
die bedoeld was voor bezoekers
met onze eigen woorden, dat komt
er komt bijna niemand meer

het rommelt
iets wordt al voelbaar
van wat los zal barsten binnen
de hond gromt per ongeluk tegen mij.

het voorlezen van gedichten

gedichten voorlezen is zelfverraad
hoe kun je praten met een zaal
als je niet eens kunt praten
met één iemand
je raakt er wel aan gewend
het moment vlak ervoor,
het aangekondigd worden:
'hier komt het woord
dat vlees is geworden'
en daar is hij weer, de microfoon
mijn trouwe vriend
hij zal mij wel hard laten praten
ik kruip in hem
gedichten voorlezen
is als naar bed gaan met iemand
in plaats van alleen
je raakt er wel aan gewend
het moment vlak ervoor
de taal die erbij hoort
en dat het dan weer voorbij is
maar iedere keer weer

iedere keer weer.